Hoe om te gaan met angst?

Als ik op vakantie ga en ik boek een leuk huisje in de natuur, dan weet ik wat mijn eerste handeling is: ik zal het huis inspecteren en kijken of er nergens een vieze kleine, of erger nog, grote spin op de muren zit. Als ik dan toch zo’n mormel heb gevonden, dan moet mijn man de spin verwijderen, anders zullen we rechtsom keren naar huis. Als hij de spin dan weg heeft gehaald, word ik rustiger. We lachen erom en we pakken de spullen uit.

Niets zo vervelend om last te hebben van een of meerdere angsten. We praten er niet graag over, maar er zijn veel mensen die last hebben van angst(en). Je hebt natuurlijk wel verschillende gradaties. Een angst voor spinnen is van een heel ander kaliber dan bijvoorbeeld pleinvrees of faalangst waar meer hulp wenselijk is. Uiteindelijk hebben we allemaal een hekel aan onze angst(en). Maar angst is niet alleen maar vervelend.

Angsten kunnen we namelijk biologisch verklaren als een soort afweermechanisme voor dreigend gevaar. Dieren en mensen kunnen zo gevaarlijke situaties herkennen en gebruiken om te overleven. In die zin is het dus eigenlijk een positieve emotie, maar zo voelen we het niet. Als ik denk aan die spin, dan weet ik dat mijn hartslag een tikkie omhoog gaat en dat ik ga zweten, dit heeft dan niets te maken met de 30 graden die de thermometer aantikt.

Hoe kun je nu omgaan met die angsten? Het belangrijkste is dat je die angst niet ziet als een angst die je moet ontwijken. Daarmee los je niets op. Bekijk de situatie eens vanuit een ander oogpunt, een ander perspectief. Zo kan ik die spin die mijn man net buiten heeft gezet eens van dichtbij bekijken. Hij kruipt weg in een hoekje en eigenlijk is hij helemaal niet zo groot als ik dacht. Het gaat me net wat te ver om te zeggen ‘ik geef ‘m een aai over zijn bol’, maar je snapt wat ik bedoel. De situatie lijkt minder erg en is in mijn hoofd meer opgeblazen dan de werkelijkheid is. Kijk de angst dus in zijn ogen en ga de confrontatie aan.